maandag 23/05/2016… het verhaal…

Paul:
Woensdag 18 mei : naar kamp 1 op 7100m (de fameuze Noordcol)
Geslaagde dag. Prima weer. Vertrokken om 9u, boven op col om 15u en Sofie 15u30. Een uur sneller dan eerste keer en zwaarder beladen. Hele team is 2 uren later aangekomen. Hopelijk blijft het weer zo. Dat zou fantastisch zijn. Zelf kamp ik al weken met rug en nekpijn. En deze tent is allesbehalve goed hiervoor. Voor het eerst iboprofen genomen tegen de pijn omdat slaper hier cruciaal is voor succes de komende dagen.

Vrijdag 20 mei : vanaf 8u30 op weg naar kamp 3 op 8300m waar wij dankzij een debiet van 1,3 l extra zuurstof 6 uur later, na een continue steile rots- en sneeuwklim, toekomen. Sofie lijkt mij frisser na aankomst. In de tent trachten wij met een debiet van 1 liter extra zuurstof toch enkele uren te rusten. Er staat nog een stevige wind en wij hopen vurig dat deze sterk vermindert. De wind doet de koude immers exponentieel stijgen evenals de kans op evenwichtverlies en valpartijen. De moeder god’s (Sagarmatha, Nepalese naam voor Everest) is ons goedgezind en als wij rond 22u s’avonds terug vertrekken is de wind grotendeels gaan liggen. Ik probeer op de steile klim recht op recht naar de noordrand een goed ritme te vinden maar het lukt mij niet. Ik voel mij meteen leeg en uitgeput. Mijn maag pruttelt tegen en ik voel diarree opkomen. Ik vervloek mijzelf om tijdens de rust in de tent sneeuw toegevoegd te hebben aan het hete smeltwater om eens ‘fris water’ te drinken. Is het dat wat mij nu parten speelt ? Ik kan het na 2 uren niet meer houden en moet aan Neema, mijn sherpa, vragen om het onmogelijke : mij assisteren om met een klimdonsoveral en klimharnas op de steile wand te defeceren. Sofie heeft niet door wat er gebeurt. Ze dacht dat ik even halt hield op de rots om iets te drinken. Het zou de eerste maar vooral de laatste keer zijn tijdens de klim dat zij mijn ‘ass’ zag. Voortaan zou zij leiden.

Zaterdag 21 mei : De nacht en de weg naar de top van de Everest (8848m) is nog lang. Met lede ogen zie ik Sofie en Dawa (haar Sherpa) afstand nemen. Ik kan geen tempo houden, voel mij misselijk en begin te overwegen dat juist vandaag mijn dagje niet is. Mijn linkerhand schiet tot 2x toe in een kramp en ik kan ze slechts met mijn rechterhand tot de orde brengen. Het maakt mij duidelijk dat er iets verkeerd zit. Als ik zo zwak blijf en ik nog elders dergelijke spasmen krijg, moet ik afdalen. Op mijn linkerhand zal ik enkel nog kunnen leunen tijdens de beklimming. Bij elke trekbeweging trekt hij in kramp. Neema spoort mij aan tot meer snelheid. Er komt inmiddels een groep aan die een uur later vertrokken zijn. Ik kan echter niet en moet ze laten passeren waardoor ik helemaal het spoor verlies van Sofie. Om niet in file te komen te staan voor de technische beklimmingen vermijdt zij ten zeerste te worden gepasseerd. Met jaloezie zie ik dat de groepsleden klimmen met een extra zuurstofdebiet van 3,5 l terwijl ik op 2,5 zit. ‘Zo kan ik ook sneller’. Kort daarna komen wij aan de eerste step , de eerste technische rotsformatie die we dienen te overwinnen. Terwijl vooraan iemand in de groep schreeuwt dat hij niet ‘Spider-Man’ is, vind ik terug aansluiting bij de groep. Het geeft mij terug moed … Op naar de 2de step op 8500m. Terwijl ik weer terrein verlies bij het ‘gewone’ stijgen maak ik veel terrein goed op de technische stukken. Ik klim of ik op zeeniveau zit want de nacht dekt alle hoogtegevoel af. Tegen 5u30 komt de zon op en krijgen wij een prachtig zicht van de piramidale top van de Makalu boven de wolken. Even een moment van magie … Het overheersende gevoel is echter een gevecht tegen de uitputting. Bij de beklimming van de laatste steile sneeuwtop meende ik mij vlak bij de top en terwijl ik tegen een rotsblok aanhurkte om uit te puffen, porde Neema mij aan …het was nog maar een half uur ! Van een stimulans gesproken ….mijn ‘top’ bleek een cornisch te zijn die bovenaan omgelopen diende te worden om dan via een rotscouloir en een laatste stukje sneeuwbeklimming naar de top te leiden. Na goed 9,5 uur klimmen zat Sofie daar al minimum een kwartier op mij te wachten. Geen al te grote emoties, vooral het besef dat wij nog helemaal terug moesten, de vreselijke koude (maar -30 graden) want hier stond de wind wel op volle kracht, een groep klimmers die van de zuidkant de top quasi bezette waardoor het ons onmogelijk was om goede foto’s te maken … Even op de top van de wereld …En wij terug weg !

En dan begon het spannendste. De afdaling bij volle daglicht met de eerste uren heel de oversteek van de Noordflank van de Everest. Adembenemende dieptezichten … hebben wij dit allemaal beklommen vannacht ? Al maar goed dat wij het niet allemaal zagen. De technische passages blijken allesbehalve evident om af te dalen. De niet-technische stukken blijken balanceeracts op ijsbedekte rotsrichels, koorden van de voorbije jaren waarin je stijgijzers verstrikt konden geraken en die tot veel verwarring kunnen leiden, duizelingwekkende diepten … Neen deze noordkant is echt wel technischer en gevaarlijker dan wij zelfs gedacht hadden. Hoewel dit ongelofelijke beelden zou kunnen opleveren, durven Sofie en ik geen beelden te schieten. Onze vestzakken met camera’s waren sowieso dichtgevroren. Wij opereerden echter op overlevingsmodus. Jammer genoeg kwamen wij regelmatig stille en permanente getuigen tegen die ons dwongen om geconcentreerd te blijven tenzij wij ons bij hen wilden voegen. Uit respect hebben wij ook hiervan geen beelden geschoten. Wij begrijpen nu echter nog meer dan vroeger dat het heel simpel is om een misstap te begaan. Zeker van dat er in de komende jaren nog getuigen bijkomen. Onvermijdelijk want zelfs supersherpa’s vermogen niets om je te helpen op die hoogtes. Trouwens Dawa, Sofie’s sherpa kwam tot tweemaal toe ten val, om slechts gered te worden door zijn zekering op het gefixeerde touw. Hoewel gekleurd … zag hij behoorlijk bleek. Plots word ik zelf opgeschrikt door een vallende klimmer. Een jonge klimmer die plots van achter mijn rug voorbijstak en zich losklikte van het touw, valt naast mij naar beneden richting afgrond. Gelukkig net op een stuk waar nog een niet te steile sneeuwhelling van een 10-tal meter is alvorens een abyss van 2500m. Hij kan zichzelf nog stoppen net voor de rand ! Ik maak hem duidelijk dat wij niet op een speelberge zitten maar mijn communicatie haalt niet teveel uit. Ik zie hem even later ook anderen weinig subtiel voorbijsteken. Jong zijn …ofwel door de grote hoogte geaffecteerd zijn, wie zal het zeggen ?

Tegen 13u30 zijn wij terug in kamp 3 op 8.250 m. Uiteraard zouden wij daar liever willen uitgeteld blijven liggen. Ik besef echter dat dit op geen enkel vlak een goed idee is. Elk uur boven 8000m is een uur teveel. Vooral Sofie heeft heel wat overtuigingskracht nodig om verder te dalen maar om 16u dalen wij puur op wilskracht naar kamp 2 op 7700m waar wij s’nachts ondergesneeuwd geraken. Buiten wat sneeuw tot water te smelten geraken wij niet qua diner.

Sofie:
C1 : s morgens sta ik na een relatief goede nacht op en merk dat er geen energie zit in mijne benen, moet ik zo naar C2, dat beloofd niet veel goeds tot
Dawa (de sherpa die met mij zal klimmen) een zuurstofmasker op mijn gezicht zet en de fles in mijn reeds goed bepakte rugzak steekt. Ondanks het zware gewicht van de rugzak voel ik direct het verschil, plots kan ik meer stappen zetten voor ik moet rusten en hoest ik minder, dit voelt goed aan. Het is de eerste keer dat ik zuurstof gebruik en begrijp nu het verschil. De beklimming naar C2 is mooi met uitzicht op de top en rechts Rongbuk Glacier maar ook wel wat saai door het eentonig sneeuwstamperij tot je eindelijk de rotsen bereikt waar je zigzaggend hoger klimt tot C2, 7700m.

C2 : veel wind teistert de tent waar we zonder zuurstof proberen aan te passen aan de hoogte en voldoende proberen te drinken en eten. ik bel nog snel even voor weersvoorspellingen en we krijgen groen licht , er zou niet te veel wind zijn en geen sneeuw. Een spannend moment is s’ochtends naar het ‘toilet’ te gaan, lees, een richel waar je 2500m recht naar beneden kijkt…
Het duurt een eewigheid voor we gereed zijn en een slaapzak wegsteken in gewoonweg uitputtend, maar volledig ingeduffeld vertrekken we naar C3.
De route is zeer afwisselend wat een aangename afwisseling is maar het weer is minder goed. Veel wolken en wind overschaduwden het zicht en lieten ons al aanvoelen hoe koud het kan zijn op Everest. Het is een heel gedoe om met dikke wanten je klimgerief te manipuleren, die aan je pak hangen zoals ze bij kleine kindjes doen.

C3 : het hoogste kamp, waarbij onze sherpa’s de tent het hoogst plaatste met prachtig uitzicht op omliggende omgeving, wauw, we zitten op ongeveer 8200m. Wanneer je de zuurstof afdoet, voel ik mij als een vis op het droge… wat eigenlijk beangstigend is (wat als je zonder valt?) Veel rusten zit er niet in; uren ijs smelten, eten ( we hebben niet veel honger meer ) en drinken. De zenuwen beginnen te komen, straks is het zover, alles is in gereedheid gebracht, ik doe onder mijn pak, 2 thermische onderbroeken aan en voor mijn bovenlichaam 4 lagen, onder mijn wanten doe ik dunne handschoenen aan en een balaklava voor mijn hoofdje warm te houden.

summitday : We zijn al wakker voor Neema om ons 21u komt verwittigen want om 22u vertrekken we weer. Het is weer een heel gedoe om ons klaar te maken. 2 kleine flesjes steek ik binnen in mijn pak om te kunnen drinken, in binnenzak steek ik veel energiegels want die zal ik nodig hebben en dan is het tijd.
Buiten is het goed koud maar er is geen wind. Ik zie een gigantische sterrenhemel en lichtjes van medeklimmers die al in de route zitten, ok daar gaan we.
Paul neemt de leiding met Neema en het gaat steil omhoog. De stappen in de sneeuw zijn groot en ik moet een rustig ritme aannemen om niet te hyperventileren.
De lucht die je inademt is zo droog dat je keel ervan pijn doet en slikken moeilijk maakt.
Ik tuur in het donker en zie lichtjes rechts van mij en plots merk ik dat we op de graat gekomen zijn. Dat is een opluchting want aan het steil stijgen leek geen einde te komen. Paul heeft halt gehouden en wanneer ik onder hem wil passeren, kijk ik recht op 2 Belgische billen….oeps hij hield dus niet halt om te drinken smile-emoticon
Wij gaan dan maar om langs de bovenkant en ik ben onder de indruk van de golvende sneeuw-cornishen die de rand aangeven van de Noordgraat.
Hier verandert de route naar soms zeer smalle richels tot ik plots aan een rotswand kom waar de vaste koorden recht omhoog lopen, ik zit op de First Step.
Het is echt rotsklimmen en is leuk om eens te kunnen ‘nadenken’ hoe je efficient kan klimmen want geloof me, elke inspanning hier, leidt tot lange pauzes van recuperatie. Na dit stukje zie ik achter mij een sliert lichtjes afkomen en die wil ik voor blijven tot 2de step want daar heb ik al veel van gehoord en daar wil ik niet komen vast te zitten in een file…

de route gaat verder dicht tegen de graat en Dawa toont de overkant; ik zie lichten op de graat van de zuidkant, da is de max !! Deze reus wordt door 2 kanten beklommen en plots zien we elkaar, dat is een speciaal gevoel en nu ook zie je de immense omvang van deze berg, ik blijf staan en laat het tot me doordringen….
Ik heb geen horloge en geen tijdsbesef maar wanneer we toekomen aan mushroomrock, weet ik waar ik ben. Dit is de plaats waar zuurstofflessen worden omgewisseld en hier ben ik niet ver meer van 2de step. Stef zei tegen mij, als je aan 2de step bent, is de top niet ver meer, dat geeft moed, ik ga toppen !
Na de wissel, een beetje drinken en een energiegel, zetten we terug aan want de sliert klimmers is weer in zicht.
Wanneer mijn koplamp op een klein laddertje schijnt, roep ik tegen de sherpa 2de step ! Hier heb ik veel over gehoord en gezien maar dit zicht is een teleurstelling.
Een bungelde ladder vol met touwen en gladde rotsen vol met krassporen van de crampons… wat een gedoe !
Al vloekend kruip ik in de wirwar de ladder op die heen en weer bengelt tegen de rotsen ( dit trekt op niks ) en daarna kom je aan een lange ladder die wel stevig bevestigd is maar ook weer bezaaid met vele oude touwen ( het lijkt Khan Tengri wel )

Eenmaal hierboven weet ik dat de top niet ver meer is! Dageraad komt en langzaam krijg ik zicht op hetgeen ik wou zien; Makalu 8463m, prachtig ! Ik sta stil en kijk er lang naar, vorig jaar zaten we daar en nu zit Jean-luc er weer en ik hier. Gek hoe alles kan verlopen….
En dan komt 3th step, een kleine rotspartij maar niet zonder gevaar; een paar klimmers voor mij, doen een hele rotspartij naar beneden donderen die gelukkig voor ons de diepte in duiken. slik

Wanneer we 3the step voorbij zijn zie ik de misleidende sneeuwtop, vele denken dat dit de top is maar ik weet beter. Hier draait de route af naar rechts naar een rotscouloir en dan kom je op een glooiende sneeuwgraat die je naar de top brengt…. nog even dus. Alhoewel ik weet dat de top nu echt niet ver meer is, toch sterf ik op deze sneewhelling. Mijn energie is weg, de pijp uit en het is mentaal een heel weerstuk om te blijven gaan in die sneeuw die onder de voeten wegglijdt.
Gelukkig is die eeuwigheid in gedachten niet echt want na dit stuk kom je terug op de rotsen en na die rotsen kom je op de laatste sneeuwgraat, eindelijk !
De top komt in zicht, vele gebedsvlagjes hangen te wapperen in de wind en ik zie mensen bewegen…. ik zet mijn laatste stappen

Ik voel geen emoties en ben mij ervan bewust… ik praat tegen mezelf ; besef je waar je bent? je bent op het dak van wereld, hoeveel mensen maken dit mee?
en die gedachte maakt iets los, tranen wellen op … ik kijk rond en zie een panorama zoals ik hem al zag op foto maar niet in het echt, het is onvoorstelbaar.
Ik vind een klein plaatsje om te zitten want er is veel volk van klimmers die langs de zuidkant toekomen. Ik bel naar huis om te roepen dat ik op het dak van wereld sta en ik begin terug te wenen. Jij stond hier ook en het is prachtig ! Wat een uniek gevoel, onbeschrijfelijk, je moet er staan om het te begrijpen smile-emoticon

Dawa neemt wat foto’s en ik zie aan de noordkant klimmers komen, één ervan heeft dezelfde kleuren van donsak als ik; Paul komt toe !
Even later staan we samen op de top te genieten maar het is bitter koud. Foto’s nemen is moeilijk want je vingers bevriezen en 360° filmen is niet mogelijk door al de klimmers. Het is dus een kort moment genieten na lang afzien wink-emoticon
Ik bind Stefs sjaaltje aan de gebedsvlagetjes. Dankzij jou steun, liefde en moedgevende woorden, sta ik hier, ik kan je niet genoeg bedanken lieverd. Hier staan is een moment om nooit te vergeten en het zijn die dingen die het leven zo mooi en waardevol maken.
Je moet er hard voor trainen, zaken opgeven, veel tijd in steken en op je tanden bijten…. je moet afzien, koude en pijn verbijten, geduld hebben en situaties verdragen…
flexiebel zijn en je mentaal sterk houden…. en vooral niet vergeten waarom je dit doet. Blijven genieten, verwonderd rondkijken naar een omgeving die zo prachtig is; gigantische ijsformaties, een immense sterrenhemel, wervelende stuifsneeuw, dansende lichtjes van klimmers in de verte , er is zoveel moois hier in deze wereld en je kan het alleen maar beleven door het te doen.

Ik heb eerlijk gezegd nog nooit zoveel moeten afzien tijdens een topbeklimming als deze berg maar hij was alles waard.
Deze manier van klimmen was niet de leukste want eigenlijk geniet ik meer van een beklimming zonder zuurstof en op eigen kracht maar n 8000er heeft een heel grote aantrekkingkracht.. het geeft stof tot nadenken

Fie,

13267828_1737783746462336_4269301134188401471_n

 

13254257_1737783759795668_2681934087467890600_n

 

13240500_1737783779795666_7022103773364218226_n

 

13239167_1737783776462333_8201807521535357390_n

 

1936244_1737783749795669_1266233950923703695_n

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *